Texts dansk Deutsch English íslenska Nederlands norsk svenska

 

1. De Vikingen

2. The Nobel Prize

3. The Wolf and the Man

4. Duitse sprookjes

5. Viking Wetenschappen

6. Bier

7. The North Sea

8.De Hanze

9. The Weather

10. Commodities and the Stock Exhchange

11. The Declaration of Human Rights

 

De Vikingen

De Vikingen waren Scandinavische zeevaarders die in de negende, tiende en het begin van de elfde eeuw leefden. Deze periode staat bekend als het Viking-tijdperk. De Vikingen waren heidenen en werden pas Christenen rond het jaar 1000. Hun eigen goden werden de Æsir genoemd en er werden offers aan hen gegeven tijdens de "blot", een soort religieuze offerfeestdag.

Vier van deze goden waren Tyr (of Tiwaz), Odin (of Wotan), Thor en Frigga, die hun namen aan vier dagen van de week hebben gegeven: dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag. De maanden hadden ook eigen namen, maar nu gebruiken de Scandinaviërs de Romeinse namen voor de maanden: januari, februari, maart, enz.

Veel Vikingen voeren de wereld in in hun Vikingschepen of drekkar, zo ver zelfs als Amerika en Konstantinopel. Hun schepen hadden relatief platte bodems zodat ze tot dichtbij de kust konden varen en langs ondiepe rivieren. In het westen ontmoetten ze Indianen en in het oosten ontmoetten ze Arabieren. Op de Atlantische Oceaan navigeerden ze volgens de sterren.

In het jaar 1000 zette Leif Eriksson voet op Amerikaanse bodem en veertig jaar later bereikte Ingvar de Bereisde de zuidkust van de Kaspische Zee. Op die manier hadden de lokale koningen contact met landen die verafgelegen waren. In grote delen van Engeland heerste de Deense wet. Dat gebied werd daarom de "Danelaw" genoemd. In Konstantinopel had de keizer een gevreesde lijfwacht bestaande uit Vikingen. Door hun kenmerkende bijlen werden ze "de Bijldragende Barbaren" genoemd.

Thuis leefden de Vikingen relatief eenvoudig. Ze zaaiden rogge op de velden en hielden koeien die melk gaven, varkens voor varkensvlees en schapen voor wol. Degenen die langs de kust leefden vingen vis. Ze woonden vaak in langhuizen die verscheidene gezinnen konden huisvesten. Drie of vier broers, bijvoorbeeld, konden met hun gezin samenwonen in één groot huis.