| Texts | dansk Deutsch English íslenska Nederlands norsk svenska |
|
1. De Vikingen 6. Bier 8. De Hanze 9. The Weather |
De HanzeVan ongeveer 1300 tot ongeveer 1600 vormden kooplui in verschillende Noord-Europese steden een handelsvennootschap dat bekend raakte als de Hanze (de naam komt van het Duitse woord Hanse, wat 'handelsvennootschap' betekent). De Hanze dreef extensieve handel. Steden als Brugge, Lübeck, Hamburg, Kopenhagen, Londen en Bergen, en zelfs afgelegen plaatsen als Novgorod in Rusland kochten en verkochten producten als Engelse stof, Frans zeezout, oosterse kruiden, Pruisische maïs, Zweeds ijzer en Deense paarden. De kooplui in de Hanze ontmoetten elkaar op regelmatige basis op de zogenaamde 'Hanzedagen', die gewoonlijk georganiseerd werden in Lübeck. Ze kwamen samen om handelsovereenkomsten te sluiten en om gemeenschappelijke interessepunten uit te werken. Als gevolg van deze vergaderingen, werden de lidsteden op politiek vlak heel invloedrijk. Lidsteden konden hun wil opdringen aan niet-leden, bijvoorbeeld door georganiseerde handelsembargo's, waarbij de leden de aanvoer van goederen aan een stad die niet meewerkte, stopzetten. Ongeveer zeventig steden waren vaste Hanzeleden en daarnaast waren er nog zo'n honderd passieve leden zonder eigenlijk beslissingsrecht. Lidmaatschap en overeenkomsten varieerden van tijd tot tijd: steden verenigden hun krachten afhankelijk van wat ze verkochten en aan wie. Hanzekooplui richtten vaak kantoren op dichtbij elkaar, bijvoorbeeld op de Tyskerbrygge in Bergen in Noorwegen. Daar beheersten de Noord-Duitse steden en hun kooplui de ijzer- en koperhandel via Stockholm, terwijl ze ook Duits bier en Lüneburgsalt verkochten op de Scandinavische markten. De intensieve handel in het Baltische-Zeegebied zette veel Duitsers ertoe aan om naar Scandinavië en de Baltische Staten te verhuizen. Stockholm had een vrij grote Duitse populatie - zelfs zo groot dat in de veertiende eeuw een stadswet werd ingevoerd die moest verhinderen dat de Duitsers de meerderheid zouden behalen in de gemeenteraad. Een van de belangrijkste handelswaren was haring, die werd verkocht op de markt in Skåne in het huidige Zuid-Zweden. De Nederlanders brachten Frans zeezout naar de markt en kochten er haring, maïs en timmerhout. Geleidelijk aan verminderde de belangrijkheid van de Skånemarketharing door de Noordzeevisserij. Bovendien verminderde de invloed van Noord-Duitse lidsteden als Lübeck en Hamburg door de vrije toegang van de Nederlandse kooplui tot de Sont. Dit leidde tot een handelsoorlog tussen de Nederlanders en de Noord-Duitse Hanzesteden van 1438 tot 1441. Een ander voorbeeld van de teruglopende macht van de Hanze is toen Lübeck de Engelse-stoffenhandel van Brugge in het huidige België probeerde te beheersen. De Engelsen kozen ervoor om dan maar met Antwerpen handel te drijven. Dit had grote gevolgen voor de Hanze, omdat Antwerpen geen lid was. Een volgende slag voor de invloed van de Hanze was de haven van Brugge - het Zwin verzandde, waardoor het voor grote schepen onmogelijk werd om daar te dokken. Tegen het einde van de jaren 1400 liep de gouden periode voor de Hanze ten einde. Het kantoor in Novgorod sloot in 1494, toen de stad werd overgenomen door Moskovisch bewind. De macht en invloed van het kantoor in Bergen brokkelden af rond 1560, en in 1598 sloot de Engelse koning het kantoor in Londen. Tenslotte verloren andere Hanzesteden hun macht door de toenemende invloed van de Poolse koningen en andere Europese prinsen. 300 jaar handelsmacht was tot een eind gekomen en de Noord-Europese steden moesten uitkijken naar nieuwe handelspartners. |